Besmettingsgevaar

Hoe gaat Stichting Vrolijke Papegaai om met vogels als mogelijke dragers van ziektes?

Deze vraag komt steeds terug, bij elke activiteit en iedere samenkomst met onze vogels. Sommigen van ons zouden graag willen dat alle vogels met testbewijzen naar activiteiten komen. Helaas is dat niet realistisch. En zelfs als we dat zouden invoeren, dan is nog niet uit te sluiten dat er een besmette vogel tussen zit. We willen namelijk dat onze vogels buiten komen. En hoe gering ook, verwaarloosbaar, het kan zijn dat één van onze vogels daar iets oploopt. In intensieve kalkoenhouderij kunnen tot 95% (!) van de vogels besmet (geweest) zijn met papegaaienziekte, heeft onderzoek uitgewezen. Van een populatie wilde duiven in Zagreb bleek 15% papegaaienziekte te hebben. Hoe vaak zou je dan moeten laten testen op besmettelijke ziektes en is dat nu echt noodzakelijk?

SVP heeft informatie en advies hierover ingewonnen bij verschillende vogelartsen. Daarnaast weten we dat vogelartsen zelf zowel zieke als gezonde vogels in dezelfde wacht- en spreekkamer ontvangen. Bij Stichting Papegaaienhulp die hun beleid hierover baseren op een nauwe samenwerking met een aantal gerenommeerde vogelartsen hebben we ook ons licht opgestoken. Daarna hebben we op basis van al die informatie een aantal uitgangspunten ontwikkeld die we hanteren:

  • De meeste activiteiten vinden plaats in de buitenlucht waardoor er eigenlijk geen risico op besmetting is.
  • Bij een workshop die gegeven wordt in de winter, maar ook bijvoorbeeld bij de kerstwandeling in de Intratuin, geldt dat er een soort van overdekking is, in verband met de kou. Bij onze eigen partytenten zorgen we ervoor dat er voldoende geventileerd wordt.
  • Jonge vogels van nog geen jaar oud zijn extra kwetsbaar voor ziektes en vaker drager van ziektes en daarom niet welkom bij activiteiten, tenzij de vogel zeer recent getest is.
  • Vogels die nog geen jaar bij de huidige eigenaar zijn en waarvan het verleden onduidelijk is, moeten recent getest zijn
  • Vogels die samenleven of in aanraking geweest zijn met kleine kromsnavels, agaporniden, parkietachtigen, zijn niet welkom bij activiteiten, tenzij de vogel getest is en/of de kleine vogels getest zijn.
  • Kleine kromsnavels zijn niet welkom bij activiteiten tenzij ze zeer recent getest zijn en niet in aanraking komen met andere kleine soorten.
  • Bij activiteiten laten we geen, voor ons onbekende vogels, tussen andere vogels zitten. Dus iedere deelnemer zorgt voor een eigen standaard en zorgt dat er voldoende afstand blijft van andere vogels.

Daarbij is het belangrijk om ons af te vragen hoe groot de kans is op een besmetting. Gezonde vogels die goede voeding aangeboden krijgen en geregeld naar buiten gaan, lopen niet veel risico op besmetting. Er zijn diverse gevallen bekend van zieke vogels die nauw samenleefden met andere vogels die niet besmet geraakt zijn. Jonge vogels zijn een risicogroep en daarom niet welkom tenzij ze getest zijn. Jonge vogels zijn ook kwetsbaar en kunnen sneller iets oplopen. Dat geldt ook voor vogels die al ergens aan lijden of een heel zwakke gezondheid hebben

Ten alle tijde geldt dat wij en ook al onze deelnemers de vogels meenemen op eigen risico. Stichting Vrolijke Papegaai kan nooit volledig garanderen dat er geen risico is. Een test zegt alleen iets van het moment dat de test is afgenomen. We zorgen ervoor dat de risico’s ze gering mogelijk zijn! Zo klein dat wij onze vogels altijd meenemen naar alle activiteiten, maar wel ons verstand gebruiken en niet zomaar een vreemde vogel op onze wagen zetten of andersom.

Het deelnemen aan een SVP-activiteit is geheel voor eigen risico. SVP kan niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade of anderszins.